Voor kleine bedrijven is arbodienstverlening vaak geen dagelijkse prioriteit. Als er weinig verzuim is, denk je er misschien niet snel over na. Totdat een medewerker ineens een paar weken thuiszit.
In dit artikel lees je wat je als werkgever moet regelen, wanneer je een bedrijfsarts inschakelt en welke opties je hebt voor arbodienstverlening.
Je hebt niet per se een uitgebreid arbodienstabonnement nodig
Iedere werkgever met personeel moet arbodienstverlening geregeld hebben en een basiscontract hebben. Dat betekent niet automatisch dat je een uitgebreid abonnement bij een arbodienst nodig hebt.
De Arbowet kent twee manieren om dit te regelen: de vangnetregeling en de maatwerkregeling.
Bij de vangnetregeling werk je met een gecertificeerde arbodienst. Bij de maatwerkregeling organiseer je de ondersteuning anders. Je kunt bijvoorbeeld rechtstreeks met een bedrijfsarts werken.
Voor de maatwerkregeling gelden wel voorwaarden. Zo moet dit via de cao mogelijk zijn of moet de ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging ermee instemmen.
Wat is het verschil?
Voor een klein bedrijf zit het verschil vooral in hoe je de dienstverlening afneemt en betaalt.
Bij een traditionele arbodienst betaal je bijvoorbeeld een vast bedrag per werknemer per jaar, ook als niemand ziek is. Bij een andere constructie betaal je alleen voor de consulten en diensten die je daadwerkelijk gebruikt.
Geen van beide opties is automatisch beter. Wat bij je past, hangt onder andere af van de grootte van je organisatie, hoeveel verzuim je hebt en hoeveel je zelf wilt organiseren.
Zoals Nadia Fichtinger, arbo-arts, het ziet:
“Niet iedere werkgever wil vaste maandelijkse kosten betalen als er maandenlang geen ondersteuning nodig is. Voor sommige organisaties past daarom een model beter waarbij zij pas betalen op het moment dat bijvoorbeeld een bedrijfsarts of andere deskundige wordt ingezet.”
Binnen de maatwerkregeling is daar ruimte voor, zolang de wettelijke afspraken goed zijn geregeld. Via partijen zoals Flexbedrijfsarts kan die ondersteuning vervolgens praktisch worden georganiseerd.
Wat doe je als een medewerker zich ziek meldt?
Begin eenvoudig. Leg de eerste ziektedag goed vast en houd contact met je medewerker.
Als werkgever mag je niet vragen naar de diagnose of behandeling. Die medische informatie hoort bij de bedrijfsarts.
Je kunt wel praktische vragen stellen. Bijvoorbeeld:
- Hoe lang denkt de medewerker ongeveer afwezig te zijn?
- Hoe is de medewerker bereikbaar?
- Welke werkzaamheden of afspraken moeten worden overgenomen?
Bij een paar dagen griep hoef je natuurlijk niet direct een bedrijfsarts in te schakelen. Duurt het verzuim langer, is het onduidelijk wat iemand nog kan of wil je weten hoe iemand verantwoord kan terugkeren naar het werk? Dan is het verstandig om de bedrijfsarts erbij te betrekken.
Daar hoef je niet mee te wachten tot week zes.
Wat doet de bedrijfsarts?
De bedrijfsarts kijkt welke medische beperkingen invloed hebben op het werk en wat iemand nog wél kan.
Daarbij kijkt de bedrijfsarts bijvoorbeeld naar vragen als:
- Kan iemand gedeeltelijk hervatten?
- Zijn kortere werkdagen mogelijk?
- Kunnen taken tijdelijk worden aangepast?
- Welke werkzaamheden zijn tijdelijk niet verstandig?
De werkgever krijgt geen diagnose of andere medische details. Wel krijg je praktische informatie over de mogelijkheden en beperkingen voor het werk en advies over passende vervolgstappen.
Vervolgens kijk je als werkgever samen met je medewerker hoe je dat advies binnen de organisatie kunt toepassen.
Wat als het verzuim langer duurt?
Bij dreigend langdurig verzuim wordt de Wet verbetering poortwachter belangrijk.
Binnen zes weken na de eerste ziektedag stelt de bedrijfsarts een Probleemanalyse op. Daarin staat wat de mogelijkheden en beperkingen zijn en wat nodig is voor de re-integratie.
Uiterlijk twee weken later maken werkgever en werknemer samen een Plan van Aanpak.
Daarna blijft het traject in beweging. Werkgever en werknemer bespreken regelmatig hoe het gaat en passen afspraken aan wanneer dat nodig is. De bedrijfsarts wordt opnieuw betrokken als een nieuwe beoordeling nodig is.
Werk je met een model waarbij je per verrichting betaalt? Dan betaal je op zo’n moment bijvoorbeeld voor een vervolgconsult. Ook bij langdurig verzuim hoef je daardoor niet automatisch over te stappen naar een traditioneel arbodienstabonnement.
Wie houdt alles bij?
Bij kleine bedrijven is dit vaak een belangrijkere vraag dan je vooraf denkt.
De verantwoordelijkheid voor de re-integratie ligt bij werkgever en werknemer. Wel moet iemand bijhouden welke afspraken zijn gemaakt, wanneer er opnieuw geëvalueerd moet worden en welke wettelijke termijnen eraan komen.
Dat kan iemand binnen het bedrijf doen.
Bij een ingewikkelder of langdurig dossier kan een casemanager helpen om het overzicht te bewaren. De bedrijfsarts blijft verantwoordelijk voor het medische en bedrijfsgeneeskundige deel. De casemanager helpt vooral met het proces daaromheen.
Soms is ook andere expertise nodig. Denk bijvoorbeeld aan een arbeidsdeskundige als het onduidelijk is welk werk structureel passend is. Of aan een mediator wanneer er naast het verzuim ook een conflict speelt.
Wat is verstandig voor een klein bedrijf?
Wacht niet tot de eerste langdurige ziekmelding voordat je hierover nadenkt.
Zorg vooraf dat duidelijk is welke bedrijfsarts je kunt bellen en dat je basiscontract op orde is.
Kijk daarna naar wat bij jouw organisatie past:
Wil je zoveel mogelijk uitbesteden en voorspelbare vaste kosten? Dan kan een uitgebreider arbodienstpakket logisch zijn.
Heb je weinig medewerkers en nauwelijks verzuim? Dan kan een model waarbij je betaalt wanneer je daadwerkelijk ondersteuning gebruikt beter aansluiten.
Kijk daarbij niet alleen naar de prijs van het eerste consult. Vraag ook wat een Probleemanalyse, vervolgconsult of andere ondersteuning kost. En kijk hoe snel een medewerker terechtkan.
Uiteindelijk draait goede arbodienstverlening niet om het soort abonnement dat je hebt. Het gaat erom dat je weet wie je moet inschakelen als iemand uitvalt, dat de juiste deskundige op tijd betrokken wordt en dat werkgever en werknemer samen aan een goede terugkeer naar werk kunnen werken.
Nadia Fichtinger – Arbo-arts
BIG-09925129501

Malou Nöllen
Content Specialist
Share this post

